Van Moergestel terug naar Tilburg
Koningshoeven
- 16,9 km - 24143 stappen
- 3,5 uur
- lijn 141
Door natuurgebieden, landgoederen en langs bijzondere vennen wordt richting Tilburg abdij Koningshoeven gepasseerd.
- 16,9 km - 24143 stappen
- 3,5 uur
- lijn 141
Over Moergestel
De dorpsnaam is terug te voeren op hooggelegen veengronden tussen beekdalen, waarvoor de Reusel echter de enige kandidaat lijkt. In de 12e eeuw was het aantal inwoners van de regio blijkbaar zodanig groot dat het de bouw van een kerk rechtvaardigde in een zelfstandige parochie, in eerste instantie geïsoleerd tussen een aantal woonkernen. Het tegenwoordige centrum van Moergestel zou zich pas in de 16e eeuw beginnen te ontwikkelen. Gedurende vele eeuwen was Moergestel een heerlijkheid, waarvan de heren vanaf de 14e eeuw zetelden in kasteel Nieuwenhof, gelegen in het noordelijk deel van het huidige dorp. Sinds 1840 is het gebouw bevrouwd door Zusters van Liefde en onderging het een aantal ingrijpende verbouwingen en uitbreidingen. Een deel dateert nog van de 18e eeuw, ook de slotgracht bestaat nog steeds. Het staat nu bekend onder de naam Sint-Stanislausgesticht. Van het oorspronkelijke kasteel resten nog de keldergewelven en enkele muren. Tot aan de Franse tijd behoorde Moergestel tot het Kwartier van Oisterwijk, dat weer onderdeel vormde van de Meierij van Den Bosch. De gemeente Moergestel omvatte behalve een kleine dorpskom ook de buurtschappen Vinkenberg, Heizen (met Broekzijde), Heuvelstraat en Over het Water (met Hild en Heikant), die vrij zeker zijn ontstaan uit herdgangen. Het dorp maakt sinds een gemeentelijke herindeling in 1997 deel uit van de gemeente Oisterwijk. De leerindustrie en met name de schoenindustrie is van oudsher verweven met Moergestel. Van de vele schoenfabrieken bestaat alleen nog Hofleverancier Van Bommel, dat werd opgericht in 1734 en nu al 9 generaties een familiebedrijf is. In Moergestel is het geografisch middelpunt van de Benelux te vinden en wel in het Moergestelse Broek in het beekdal van de Reusel ten zuidoosten van het dorp.
Karakteristiek
Het beschermde dorpsgezicht van Moergestel is het startpunt van een natuurrijke wandeling die in eerste instantie voert langs de helaas rechtgetrokken beek de Reusel. Na het verlaten van deze beek loopt de route door bosgebied naar en over de dam door het Rietven, met aan beide zijden fraai uitzicht. Na het oversteken van de Moergestelseweg gaat de wandeling verder door landgoed Ter Braakloop en passeert daarbij het mooie Schaapsven en zandverstuiving de Pierenberg. De Sparrendreef is een deel van de Hollandseweg, een oude handelsroute die van Maastricht naar Dordrecht liep. Na het verlaten van deze dreef loopt de route naar het 16 ha grote Galgeven. Bij het Galgeven volgt het pad ca. ¾ van de omtrek om dan vervolgens af te buigen door landgoed Brekxse Hoven richting Kerkeindse Heide, die helaas wordt doorsneden door snelweg A58. De Eindhovenseweg leidt dan langs Abdij Koningshoeven en de Torentjeshoeve richting Tilburg centrum via de ophaalbrug over het Wilhelminakanaal. Voor het bereiken van het centrum wordt de grootste stadshaven van Noord-Brabant, de in 1923 in gebruik genomen Piushaven overgestoken. Een deel van de haven is in gebruik is als museumhaven waar een aantal fraaie historische binnenvaartschepen te bewonderen is, die naast authenticiteit ook een woonfunctie hebben. In de Sint-Josephstraat, een van de oudste straten in Tilburg, staan naast meer recente bebouwing huizen van een dikke honderd jaar oud waarin vroeger textielfabrikanten huisden. Het laatste deel van deze wandeling voert richting station langs de voormalige herdgang de Heuvel, de Heuvelstraat en de naar deze koning vernoemde Willem II straat.
Over koning Willem II
Na de Tiendaagse Veldtocht in 1831 waarna de Belgische afscheiding een feit was verhuisde het hoofdkwartier van hoofdveldmaarschalk Prins van Oranje Willem George Lodewijk naar Tilburg vanwege de strategische ligging van die stad vlak bij de Belgische grens. Die situatie bleef tot 1839 bestaan en in die tijd ontwikkelde Willem een hechte relatie met de stad, die voortduurde toen hij in 1840 zijn vader Willem I opvolgde als koning der Nederlanden. Hij werd aangetrokken tot het leiden van een “eenvoudig leven” tussen het “gewone volk”. Of daarmee ook de gemiddelde textielarbeider werd bedoeld lijkt niet echt waarschijnlijk.
Het pand aan de Heuvelstraat 67, daar waar nu het Kruidvat is gevestigd!, bood doorgaans onderdak aan de vorst tot hij het luxueuze pand kocht van lakenverver Frankenhoff, die tot de Tilburgse intimi van de vorst behoorde.
Om in Tilburg een buitenresidentie te hebben gaf hij in 1847 opdracht voor het bouwen van een paleis dat tegenwoordig bekend staat als Paleis Raadhuis. Willem heeft hier echter nooit gewoond, hij stierf 22 dagen voor de oplevering. De kring rond de vorst bestond uit plaatselijke politici en industriëlen en hij onderhield een warme vriendschap met de Tilburgse pastoor Zwijsen, de latere bisschop en aartsbisschop. Dit werd in Den Haag vanwege de traditionele protestantse gezindheid van de Oranjes niet begrepen. Waar Willem gepast zou hebben in het rijtje LHBTIQA+ is niet helemaal helder, uit documenten in het Koninklijk Huisarchief is echter gebleken dat vrijwel zeker is dat hij de herenliefde heeft geconsumeerd naast zijn huwelijkse acrobatiek met Anna Paulowna, die toch 5 kinderen heeft opgeleverd.
Sint Jans Onthoofdingskerk
Als Johannes de Doper niet zou zijn onthoofd, hoe zou deze kerk dan heten? In den beginne was er een waarschijnlijk houten kerkje, dat zich naar men aanneemt vrij geïsoleerd tussen drie oude woonkernen bevond. Het huidige Moergestelse centrum begon namelijk pas na circa 1600 vorm te krijgen. Dit kerkgebouwtje werd later vervangen door een stenen gebouw waarvan de vroeg 16e-eeuwse en 58 meter hoge toren gedurende zijn lange bestaan inmiddels twee kerkgebouwen heeft versleten, waarvan het eerste door brand werd verwoest en het tweede in de 20ste eeuw te klein werd bevonden om de gelovigen te kunnen bergen. De toren leunt nu tegen het derde godshuis, dat gebouwd is in de jaren veertig van de vorige eeuw. Tegelijkertijd werd het rond de kerk liggende kerkhof geruimd, waarvan een klein stukje van 4 bij 16 meter aan de noordzijde werd gebruikt door gelovigen van protestantse huize.
Van 1648 tot 1809 was de kerk, zoals algemeen in Nederland voorkwam, in handen van “de protestanten”. Na de zeker niet vrijwillige overdracht aan “de katholieken” was dat kleine lapje kerkhofgrond het enige wat de hervormden nog uit het vuur wisten te slepen.
De Schoenmaker
Het standbeeld “De Schoenmaker” is opgericht als eerbetoon aan de Moergestelse schoennijverheid. Het neemt een prominente plek in vlak bij de Sint Jans Onthoofdingskerk. Ooit kende Moergestel talrijke schoenmakerijtjes en schoenfabrieken, die ook veel gebruik maakten van thuiswerkers. Het paar dat deze stenen schoenmaker in zijn handen heeft is van het merk Van Bommel, ofwel Schoenfabriek Wed. J.P. van Bommel B.V.. In 1734 opgericht in Breda door de beide zonen van Dongenaar Reynier van Bommel. Nazaat Johannes Petrus van Bommel trouwde in 1795 met Cornelia van Arendonk (what’s in a name?) en vestigde zich in haar woonplaats Moergestel. Het beeld draagt AvanG schoenen aan zijn voeten, welke merknaam staat voor Antoon van Gils herenschoenen, opgericht in 1860 en overgenomen door Van Bommel in 2001. De productie van AvanG werd in 2007 stopgezet, waarmee Van Bommel de enige nog bestaande schoenfabriek in Moergestel is. Floris van Bommel is inmiddels het topmerk als het gaat om Nederlands schoendesign, met winkels in alle grote steden in Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk.
De oplettende beschouwer van het bronzen sculptuur zal in zijn achterzak een portemonnee van Hurkmans ontdekken. Hurkmans Lederwaren B.V. is opgericht in 1998, gevestigd in Moergestel en produceert tassen en kleine lederwaren. Voor het kunstwerk werd model gestaan door een heuse edoch gepensioneerde schoenmaker. Leuk gemaakt door kunstenaar Hans van Brunschot.
Oorlogsmonument Generaal sir Colin Muir Barber
Bij de brug over de Reusel staat het monument ter nagedachtenis aan de bevrijding van Moergestel op 25 oktober 1944 onder leiding van de boomlange, vanwege zijn lengte “tiny Barber” genoemde, Schotse generaal Barber. Hij is vereeuwigd compleet met Schotse rok en baret door Moergestelnaar Hans van Brunschot, de blik gericht op de natuurlijk reeds lang weer herstelde brug. Op de sokkel van het beeld is ook een gemijterde figuur te zien. Dit is luitenant Robert Runcle, die van 1980 – 1991 de aartsbisschop van Canterbury was en in oktober 1944 als tankcommandant een van de bevrijders van Moergestel. In mei 1945 behoorde hij tot de eerste Engelse soldaten die het concentratiekamp Bergen-Belsen binnentrokken. Hij neemt tussen de recente aartsbisschoppen van Canterbury een unieke plaats in door dit oorlogsverleden. In 1981 droeg hij de mis op bij het huwelijk tussen de toenmalige Prince of Wales, inmiddels koning Charles III, en lady Diana Spencer wat hem er niet van weerhield een kritische houding aan te nemen ten aanzien van de Britse “royals”.
Het is niet geheel duidelijk waarom hij op dit oorlogsmonument in kerkelijk gewaad is afgebeeld, ten tijde van de onthulling in 1994 door voormalig luitenant Fletcher was hij gepensioneerd aartsbisschop en had als “Lord Spiritual” zitting in het Britse Hogerhuis.
De Reusel
De ruilverkaveling in de jaren 60 van de vorige eeuw moest een oplossing bieden voor het totaal versnipperde boerenlandschap. In het kader daarvan werd menige beek in Brabant verlost van haar kronkelende natuurlijke bedding en rechtgetrokken als langs een liniaal. Helaas was dit ook het geval met de Reusel, die ontspringt ten zuidwesten van het dorp Reusel op het, t.o.v. de lagere kleigronden in het noorden, relatief hoger gelegen zogeheten massief van Brabant, dat zich uitstrekt van Maastricht tot in Wales (de stroomrichting van de Brabantse beken is daarom grofweg naar noordelijke kompasstreken). Tussen Moergestel en Oisterwijk gaat de Reusel over in de Achterste Stroom. Langs de beek stonden ooit drie watermolens waarvan een aan het Stokeind te Moergestel, er is helaas niets van bewaard gebleven. Gelukkig is de laatste decennia een kentering gekomen in het omgaan met water- en natuurbeheer. Inmiddels zijn in heel Brabant projecten gestart on de rechtgetrokken stroompjes weer ouderwets te laten meanderen. Om de huidige saaie en brede, meer op een kanaal gelijkende Reusel met nauwelijks stroming weer in zijn oude glorie te herstellen is het project ‘Beekherstel Reuseldal” gestart. Daarvan is het deel Reusel Baarschot-Diessen recentelijk gerealiseerd. Streven is het beekdal in zijn oude luister te herstellen met meer ruimte voor water, natuur en recreatie. Daardoor kunnen hoge waterstanden beter worden opgevangen en is er een positief effect op de grondwaterstand. Het geheel van maatregelen zal uiteindelijk moeten leiden tot een toename van de kwaliteit van het ecosysteem.
De Oude Hondsberg
Het middeleeuwse kasteel Durendaal lag aan de Voorste Stroom, er is al sinds lang weinig tastbaars meer van overgebleven. In 1875 had de wandelende dominee Jacobus Craandijk weinig meer te melden dan dat het “goed” weliswaar mooi was aangelegd, maar dat er weinig meer te zien was dan restanten van oprijlanen en dergelijke. Bij het kasteel behoorde een omvangrijk landgoed dat zich uitstrekte van het huidige Wilhelminakanaal tot aan de kom van Oisterwijk.
De Oude Hondsberg en de Oisterwijkse Bossen en Vennen maakten daarvan deel uit. In 1912 werd het landgoed in delen verkocht, waarbij Natuurmonumenten de Oisterwijkse Bossen en Vennen aankocht. De ongeveer 63 hectare grote Oude Hondsberg vormt tegenwoordig samen met Ter Braakloop en Galgeven een bestuurseenheid van Brabant Landschap. Door de Oude Hondsberg baant de kronkelende Reusel zich een weg en onderscheidt zich het Rietven door een bewandelbare dam die het ven doorsnijdt. Voor wie er oog voor heeft kan genieten van libellesoorten als de grote roodoogjuffer. De bebossing bestaat uit naald- en loogbomen waarbij ernaar wordt gestreefd invasieve exoten als de woekerende Amerikaanse eik te vervangen door inheemse soorten.
Landgoed ter Braakloop
Het landgoed, dat evenals de Oude Hondsberg lang geleden deel uitmaakte van de bezittingen van kasteel Durendaal, is genoemd naar het minuscule stroompje Braakloop. Dat ontspringt op de Kerkeindsche Heide, passeert op enige afstand het Galgeven, kabbelt langs Landgoed Ter Braakloop en mondt dan uit in de Voorste Stroom. Van een natuurlijke loop is weinig sprake meer, het is herhaaldelijk vergraven en ook verlengd. Het landgoed is enkele vennen rijk, het Aalsven en het Schaapsven. Het laatstgenoemde ven werd vroeger gebruikt om schapen in te wassen voordat ze werden geschoren. Dat zou de reden kunnen zijn dat het water voedselrijker is dan de meeste andere vennen in de natuurgebieden rond Oisterwijk en Moergestel. Hoe dan ook, waterlelies vertonen er een uitbundige groei. De begroeiing bestaat voornamelijk uit naaldbos op een zanderige bodem.
Pierenberg
Zandverstuivingen als de Pierenberg zijn meestal ontstaan door te intensieve begrazing van heidevelden. Door verstuiving en afgravingen heeft de “berg” in de loop van de jaren aan hoogte verloren, vrijgekomen wortels van vliegdennen illustreren dat. Dat weerhoudt met name de jeugd er niet van hier hun overtollige energie kwijt te raken door klauteren, graven en crossen.
In de nabijheid van de Pierenberg werd in 1941 een lugubere vondst gedaan. Hier werd bij een boom, in de volksmond de “moordboom” genaamd, het lijkje gevonden van de maanden eerder verdwenen 10-jarige Maria Pagie, die misbruikt en vermoord bleek. Ook een tweede meisje werd vermoord teruggevonden, ditmaal in de Oisterwijkse bossen. Pas in 1975 bekende ene Theodorus van Berkel de moorden. Over deze gebeurtenissen verscheen in 2023 het boek “De kindervriend, de moord op twee meisjes in de Oisterwijkse bossen, 1941” van auteur Ad van den Oord.
Het Galgeven
Het Galgeven ligt in een heuvelachtig terrein en is een van de grootste vennen van het Oisterwijkse vennengebied. Op een van de heuveltjes rond het ven stond lang geleden een galg, mogelijk heeft het ven daaraan zijn naam te danken. Tegenwoordig moeilijk voor te stellen maar in die tijd was dit een zanderig gebied met alleen lage begroeiing. Opvallend in vergelijking met andere vennen in dit gebied is het vrijwel afwezig zijn van dierlijk en plantaardig leven in het water. Dit in tegenstelling tot het prachtige “bijvennetje” aan de zuidwest zijde dat een uitbundige plantengroei kent. Redenen hiervoor moeten worden gezocht in het industriële gebruik van het Galgeven vanaf het begin van de 19e eeuw. De Tilburgse ondernemer Van den Bergh, bekend van de AaBe wollenstoffenfabriek, liet hier vanwege de goede waterkwaliteit de wol “vollen”. Vollen is een nabewerking van geweven wollen stof, waarbij warm water, volaarde en urine werd gebruikt. Naar de ondernemer is het ven in de volksmond ook wel Berghven genoemd. Er was een volmolen gebouwd en zelfs een kleine arbeidersnederzetting, waarvan niets is overgebleven. De eiken- en lindebomen die ooit rond de verdwenen molen stonden onderscheiden zich van andere, later geplante bomen in de omgeving door hun beduidend grotere dikte. Dit geeft een indicatie waar ooit de bebouwing te vinden was. De voormalige activiteiten hebben echter ernstige vervuiling van het water tot gevolg gehad, nog verergerd door latere aanplant van dennen langs de oevers, waardoor het ven stikstofrijker werd door naaldval. De zuurgraad van het water is te hoog, er zijn pogingen gedaan dit te verbeteren door onder andere kalkrijk water uit de ondergrond in het ven te laten. Om de natuurkwaliteit van het ven verder te verbeteren zijn de dennen langs de noordelijke oever gekapt en is de strooisellaag verwijderd. Zoveel moeite om de diepe ecologische voetafdruk van die lekkere warme wollen AaBe dekens uit te wissen!
Moerashertshooi
Het Galgeven is een van de grootste vennen in deze omgeving. Zo’n 300 jaar geleden was hier vrijwel alleen hei en wat zandverstuivingen. De meeste vennen zijn door de wind ontstaan, ook dit ven. De wind kon op kale plekken in de hei het zand wegblazen totdat een slecht waterdoorlatende laag was bereikt. Daar bleef het regenwater dan op staan. De wind komt voornamelijk uit het zuidwesten en daarom heeft de noordoostkant van vennen vaak een hoge zandrand. Dat is ook hier te zien. Later zijn op deze woeste gronden grove dennen geplant. Vennen zijn vaak van nature zuur, alleen hier was het extreem zuur geworden waardoor bijzondere planten in het ven verdwenen. Planten die het wel goed konden overleven waren het veenmos, de knolrus en het pitrus. Vanaf 2005 is er een aantal jaren kalkrijker water in het ven gepompt. Ook zijn de dennen aan de rand van het ven weggehaald, omdat die het water en de bodem verder verzuren. Nu verschijnt de moerashertshooi op de ondiepe venranden en kleurt die in de zomermaanden mooi geel. Ook de gagel doet het goed. Deze houtachtige plant tot zo’n anderhalve meter hoogte groeit langs het ven en draagt in maart en april oranjeachtige katjes waar het stuifmeel lekker van wegwaait. De bladeren van de plant kun je tussen je lakens leggen als je geen vlooien wilt hebben. Je kunt ook van een gagelbiertje genieten als je de wandeling straks hebt afgerond. In deze arme zandstreken werd vaak gagel in plaats van hop gebruikt bij de bereiding van bier.
Kerkeindse heide
Ten noordoosten van het Wilhelminakanaal, grenzend aan de landerijen van abdij Koningshoeven ligt natuurgebied Kerkeindse Heide dat, doorsneden door de Tilburgseweg en de A58, zich uitstrekt tot aan het Galgeven. Ook de parkbossen van de landgoederen Zonnewende en Dennehoef ten zuidoosten van het Galgeven, waarin exotische boomsoorten te vinden zijn, maken deel uit van dit natuurgebied. Oorspronkelijk was het een heidegebied, dat na ontginnings-werkzaamheden in het begin van de 20set-eeuw voor een groot deel met naaldhout is beplant.
De nog resterende heidegebieden zijn een aantrekkelijke biotoop voor een scala aan amfibieën en hagedissen. Bijzonder en niet makkelijk herkenbaar zijn de restanten van een wel zeer primitieve kampeergelegenheid op het terrein. Dit is één van de tien beschikbare kampterreinen die liggen in het Kampeerbos Rendierhoeve en die gebruikt worden door de scouting. Er is geen stromend water, het water komt hier nog uit de pomp! Op oude kaarten is de naam Kerkeindse Heide niet te vinden, er is sprake van Beertsche Heide en Buntsche Heide. Pas na de stichting van abdij Koningshoeven aan het einde van de 19e-eeuw duikt de naam Kerkeindse Heide op die wel een relatie zal hebben met het oude buurtschap Kerkeind dat deel uitmaakt van Moergestel.
De Rendierhoeve
Rond 1903 werd een groep Franse Trappistinnen verdreven uit hun abdij in het Franse Ubexy. Zij vonden uitgerekend onderdak bij een voormalige horecagelegenheid: café Halfweg aan de weg tussen Tilburg en Moergestel. De trappisten van de nabijgelegen abdij Koningshoeven haalden hun inkomsten weliswaar uit het brouwen van bier, maar vonden hun rust en contemplatief leven verstoord worden vanwege het door datzelfde bier veroorzaakte dronkemanslawaai. Daarom kochten zij het café inclusief het omliggende terrein waar zelfs een houten wielerbaan te vinden was waarop in het laatste decennium van de 19e eeuw menige wedstrijd was verreden. Om de Franse kloosterzusters een passend onderkomen te bieden werd achter het voormalig café een noodklooster gebouwd dat werd omsloten door een hoge muur en zelfs een gracht om de zusters te behoeden voor al te wereldse invloeden. Het klooster kreeg de naam Notre Dame du Perpétuel Secours ofwel Onze Lieve Vrouw van Eeuwigdurende Bijstand. Rond 1913 gingen de nonnen terug naar Frankrijk waar de antiklerikale sentimenten weer tot bedaren waren gekomen. Daarna heeft het gebouw nog diverse malen dienst gedaan als noodopvang tijdens de beide wereldoorlogen.
Na de Eerste Wereldoorlog werden kloostergebouwen en het omringend terrein aangekocht door textielfabrikant Adolf van den Bergh, eigenaar van de welbekende AaBe fabriek. De naam “Rendierhoeve” vindt hoogstwaarschijnlijk zijn oorsprong in het AaBe-logo waarop immers sinds jaar en dag een rendier prijkt. Sinds 1952 stelde hij het complex voor een twintigtal jaren ter beschikking aan de scouting. Na 1970 kwamen gebouwen en grond weer in het bezit van de trappisten van Koningshoeven, die het later weer doorverkochten aan een particuliere partij. In 2006 verkreeg de Rendierhoeve vanwege de cultuur-historische betekenis de status van rijksmonument. Momenteel wordt gewerkt aan restauratie en herbestemming van het complex. Er schijnen plannen te zijn voor logiesmogelijkheden en een restaurant. Het voormalig café Halfweg zou dan na meer dan een eeuw zijn oude horecafunctie weer terugkrijgen met inbegrip van een terras waarop wandelaar en fietser de vermoeide benen kan strekken.
Abdij Koningshoeven
Het gedeelte van de Hoevenseweg vanaf de brug over het zijkanaal tot aan de grensscheiding met de gemeente Hilvarenbeek is in 1924, ter gelegenheid van de onthulling van het standbeeld van Willem II op de Heuvel, omgedoopt in Koningshoeven. Deze straat liep dus eens van de St. Josephstraat tot aan de Trappistenbrug. De naam kwam echter al in de 19e eeuw officieus voor. In 1834 kocht namelijk de prins van Oranje, de latere koning Willem II, in de Tilburgse buurt De Hoeven twee boerenhofsteden met bouw- en weiland en heidegrond, de Willemshoeve en de Sophiahoeve. Rond dezelfde tijd liet hij ten behoeve van deze hoeven een grote schaapskooi bouwen op het grondgebied van Berkel-Enschot en liet een begin maken met de ontginning van de woeste gronden.
In 1868 kwamen de genoemde gebouwen in bezit van de Tilburgse wolverver Caspar Houben. Vanwege het aldaar heersende antiklerikale klimaat vluchtte aan het einde van de 19e eeuw een aantal trappisten vanuit Frankrijk naar Berkel-Enschot. Om hun een onderdak te bieden gaf Houben de twee hoeven, de schaapskooi en omliggende gronden in bruikleen aan deze ontheemde trappisten. De locatie werd ingericht als een eerste primitief klooster.
Om aan hun dramatische financiële situatie het hoofd te bieden werd gestart met het brouwen van bier. Dit bleek een lucratieve bezigheid en tevens nam het aantal kloosterlingen toe. Uiteindelijk bouwden zij in de jaren negentig van de 19e eeuw de abdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven. De oude Schaapskooi werd gesloopt en de naam ging over op de nieuw geopende brouwerij. In de jaren 90 van de vorige eeuw ontstond een exploitatietekort waarna De Schaapskooi gesprekken begon met Bavaria. In 1999 volgde een overname en een jaar later werd de naam gewijzigd in Bierbrouwerij De Koningshoeven.
Hier worden onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van de monniken alle La Trappe bieren ontwikkeld en gebrouwen. Wereldwijd zijn er slechts zeven Trappistenbrouwerijen die het logo Authentic Trappist Product mogen voeren. Zes hiervan komen uit België, één uit Nederland en dat is het trappistenbier van Koningshoeven. In het proeflokaal kan worden genoten van de verschillende La Trappe bieren, de kloosterwinkel biedt een spiritueel en ook een meer aards assortiment. Het Gastenhuis biedt mogelijkheden voor overnachting.
Monumentale panden Koningshoeven
Aan de Koningshoeven hebben vanaf de tweede helft van de 19-eeuw vermogende Tilburgers hun huizen, villa’s of kasteeltjes laten bouwen. Daarvan heeft een enkele inmiddels de monumentenstatus verworven, de uit 1886 stammende villa aan Koningshoeven 20 die inclusief interieur vrijwel geheel ongewijzigd is gebleven. Een grote tuin met imposante toegangspoort omringt het stijlvolle pand. Niet op een monumentenlijst staat aan Koningshoeven 79-81 villa Fleurette, gebouwd eind 19e eeuw. Sinds 1945 is het gebouw gespitst in twee villa’s onder een kap. Oorspronkelijk droeg het de naam Biezenweide en er was lange tijd een bloemenhandel gevestigd. Huisnummer 83 is het voormalige koetshuis van de villa. Ook geen monument maar wel monumentaal is Villa Dennenhaghe met bijbehorend koetshuis, adres Koningshoeven 63, uit bouwjaar 1850. De bovengenoemde panden zijn waarschijnlijk alle gebouwd in opdracht van de puissant rijke Tilburgse textielfabrikant Caspar Houben en ontworpen door architect Eduard Frenau. De villa aan Koningshoeven 66 kent een interessante voorgeschiedenis. Hier lag een theetuin inclusief roeivijver en speeltuin, destijds een begrip in Tilburg. Er werd zelf in 1905 een wielerbaan van 300 meter aangelegd, die evenwel een kort leven beschoren was en al in 1914 verdween richting Apeldoorn. In 1917 liet de handelaar, grossier en verzendhuis in wollen manufacturen Piet Smits er villa Josephineahof bouwen, ontworpen door de architecten Jan van Teeffelen en Petrus de Nijs uit Bergen op Zoom. De villa werd in 1953 omgedoopt in Huize Eigenhorst toen het een bestemming kreeg als jongensinternaat. Later werden er paviljoens bijgebouwd en werd opnieuw de naam gewijzigd, ditmaal in De Schalmen. Na leegstand werden de gebouwen in de jaren 90 van de vorige eeuw gekraakt door jongeren en studenten die in 2001 het complex met de villa en andere gebouwen wisten te kopen voor een dikke twee miljoen gulden. De villa werd gesplitst in drie delen en er werden op het terrein woningen en appartementen gerealiseerd in de voormalige paviljoens.
Buitenhuis van Willem II
Tot ergernis van de Haagse hof coterie verbleef koning Willem II bij voorkeur in Tilburg. “Hier adem ik vrij en voel ik mij gelukkig” zou volgens de overlevering door Willem zijn gezegd in de tuin van zijn even buiten de stad gelegen lustwarande die hij kocht van de kerkvoogd van de Hervormde Gemeente van Tilburg. Dit tuinhuis uit 1834 en gebouwd van baksteen en hout, is in 1976 op de rijksmonumentenlijst geplaatst. Het is te vinden aan Koningshoeven 30, schuilgaand in het groen. Opvallend is de bijzondere architectuur met een ver overstekend dak. De bovenverdieping met aan drie zijden een veranda was de eigenlijke woon- en verblijfsruimte.
Na het overlijden van de koning kwam het in bezit van de Tilburgse textielbaron Caspar Houben. In 1970 vestigde de Tilburgse kunstenaar Nico Molenkamp zich hier met zijn gezin en richtte er zijn atelier in. Later, in 1983, zou zijn dochter en eveneens kunstschilder Charlotte samen met de in 20127 overleden pianist Ad de Roij het rijksmonument aan Koningshoeven 20 betrekken, vlak bij haar ouderlijk huis waar zij opgroeide temidden van rust en natuur in een op beeldende kunst gericht milieu.
Het Cenakel
Aan de Kempenbaan eist het oude kloostergebouw Cenakel met daarnaast twee imposante woontorens die als gigantische zwarte monolieten daar ver bovenuit torenen alle aandacht op. Het klooster dateert van 1908 toen het in gebruik werd genomen door een van oorsprong Franse kloosterorde, de “Congregatie van onze Lieve Vrouw der afzondering in het Cenakel”. Door de aanleg van een verbindingsweg naar de rijksweg Tilburg-Breda vreest de congregatie dat het gedaan is met de rust en besluit te vertrekken. In het vervolgens aan de gemeente overgedragen gebouw worden het Conservatorium en de Dansacademie gevestigd. Omdat de gemeente met in het achterhoofd een mogelijke sloop het noodzakelijke onderhoud aan de gebouwen laat versloffen gaat de conditie ervan snel achteruit en moeten zelfs delen worden afgesloten. Nadat de beide onderwijsinstellingen in 1996 naar de binnenstad waren verhuisd leek sloop onafwendbaar. Vanuit Stichting Tivolifonds, die culturele projecten ondersteunt, kwamen echter geluiden om het Cenakel van de ondergang te redden. Het zou vanwege de zeer slechte staat niet meer lukken om het gehele complex te restaureren, alleen de voorgevel en de linkervleugel overleefden de slopershamer en hebben een woonfunctie gekregen. Op de vrijgekomen ruimte worden in opdracht van WonenBreburg door Bedaux De Brouwer Architecten de twee bovengenoemde woontorens ontworpen. De fraai gerestaureerde kapellen in het oude klooster zijn in gebruik als culturele ontmoetingsruimten. De in 1996 opgerichte Stichting Het Cenakel coördineert, onder meer in samenwerking met Stichting Muziek Evenementen, een brede waaier aan evenementen zoals muziekuitvoeringen en exposities. Daarnaast maken ook individuele musici, koren en muziekensembles gebruik van de mogelijkheid zelf concerten te organiseren.
Draaibrug Piushaven
De oude brug over de Piushaven dateert uit 1923. Het was een verbinding tussen het centrum van Tilburg, de Koningshoeven en verderop Moergestel. De draaibrug wordt nog steeds handmatig opengedraaid en verkeert nog in originele staat, het staal van de brug is geklonken.
Het brugdek komt bij het openen in het midden te liggen en aan beide zijden kunnen schepen langsvaren. Onduidelijk is of de plannen om een goederentram over deze brug te laten rijden uitgevoerd zijn. Een brugwachtershuisje en een brugwachterswoning completeren het ensemble. Vooral recreatievaart maakt gebruik van de brug. Iets verderop ligt sinds 2013 de nieuwe brug over de Piushaven genaamd ‘Den Ophef’, een ontwerp van John Körmeling. De oude brug is nog slechts voor fietsers en voetgangers toegankelijk. Het brugdek wordt soms ook gebruikt voor culturele evenementen. Zo is op dit ‘podium’ wel eens een tenniswedstrijd gespeeld. Het is te danken aan John La Haye en Caroline Docters van Leeuwen van de Stichting Thuishaven Tilburg dat de Piushaven nog bestaat. Er waren rond 1995 serieuze plannen de Piushaven te dempen. Door het organiseren van evenementen waaronder MariVin en acties met affiches als ‘Tilburg Havenloos, Haveloos Tilburg’ is het tij gekeerd en is het nu een bruisend gebied in de stad.
In 1999 verzocht Stichting Thuishaven Tilburg de Rijksdienst voor de Monumentenzorg om het ensemble een beschermde status te geven. Het is geen rijksmonument geworden, maar de gemeente Tilburg heeft voor het ensemble toen wel ‘een intentie tot behoud’ uitgesproken. De draaibrug staat echter wel op de Tilburgse monumentenlijst
Standbeeld Willem II
De in brons gegoten Willem II staat al meer dan honderd jaar vanaf zijn sokkel het Tilburgs gewoel gade te slaan. Oorspronkelijk stond het standbeeld van de Nederlandse beeldhouwer Edouard François Georges in Den Haag, maar het werd in 1924 voor 1000 gulden verkocht aan Tilburg waar het een plaats kreeg op de Heuvel. Het werd op 26 september van dat jaar (opnieuw) onthuld door koninging Wilhelmina in navolging van haar vader Willem III die diezelfde activiteit in Den Haag had verricht. Rust werd het beeld echter niet gegund, in 1996 werd het een paar meter verplaatst en omgedraaid en in 2009 kwam het tijdens de herinrichting van het plein aan de noordzijde ervan terecht.
“Hier adem ik vrij en voel ik mij gelukkig”
Deze aan Willem II toegeschreven uitspraak, die zijn verbondenheid met Tilburg illustreert, siert nog de gevel van Paleis Raadhuis.
Dwaalgebied
Voor wie een beetje uitgekeken is op inwisselbare winkelstraten waar veelal de grote winkelketens de boventoon voeren zal zich wellicht meer thuis voelen in de smalle straatjes van het Tilburgse Dwaalgebied en zich verbazen over de elkaar steeds op het laatste moment ontwijkende verkeersdeelnemers op de Vijfsprong. Het Dwaalgebied kenmerkt zich door de vele statige panden die dateren van de voorbije twee eeuwen en er is een keur aan kleinschalige winkeltjes, gezellige cafés en dito restaurantjes. Er is de oudste bioscoop van Nederland te vinden, echter in een eigentijds jasje gestoken met vijf zalen waarin de betere film te genieten valt. De meer dan 100 jaar oude bioscoop is genoemd naar de Romeinse filmstudio Cinecittà. Jazzliefhebbers kunnen terecht in muziekpodium Paradox en het in een monumentaal herenhuis uit 1870 gevestigde kleinschalige theater De Nieuwe Vorst geeft ruimte aan de wat meer tegendraadse podiumkunst.
Regelmatig werden en worden activiteiten georganiseerd als bierproeverijen, bokbierfestivals en allerlei workshops. Ooit was het fenomeen Dwalerij een slenterevenement langs de door kraampjes met vintage en streekproducten omzoomde oude straatjes, de horeca zette op die dagen zijn beste beentje voor. Waarom zoiets leuks ter ziele gaat?
Willem II straat
De Willem II-straat heette oorspronkelijk Comediestraat, naar het gebouw “De Oude Comedie” dat stond op de hoek van de Heuvelstraat en de Willem II-straat waar vanaf 1807 toneelvoorstellingen konden worden bezocht. Dit tegen het zere been van de plaatselijke geestelijkheid die deze culturele activiteiten met lede ogen bezag. In 1870 werd het gebouw gesloopt, daarna volgde de aanleg van de Comediestraat. Met die straat ontstond een rechtstreekse verbinding tussen het stadscentrum en de Parallelweg langs de spoorlijn (nu Spoorlaan). De aanleg van die spoorlijn halverwege de 19e-eeuw had ervoor gezorgd dat het daar gelegen akkergebied in tweeën gedeeld werd. Het gedeelte aan de zuidkant kwam bekend te staan als Heuvelse Akkers. Die akkers maakten na de aanleg van de Comediestraat echter snel plaats voor oprukkende stedelijke bebouwing.
Koning Willem II heeft ooit verbleven in de woning van fabrikant Thomas Josephus van Dooren op de hoek van de Steenweg (dat is de huidige Heuvelstraat) en de Comediestraat. Dat zou de reden kunnen zijn dat die laatstgenoemde straat in 1881 werd omgedoopt tot Willem II-straat. De diverse monumentale panden zijn de erfenis van de periode dat de rijk geworden textielindustriëlen hier hun kapitale behuizingen lieten bouwen.
Synagoge
In 1873 ontwierp fotograaf en architect Edouard Fremau de synagoge, het joodse gebeds- en gemeenschapshuis in de Willem II straat. De synagoge werd gebouwd in de destijds breed aangehangen neo-oriëntaalse stijl. Onder druk van de Duitse bezetter kwam in 1940 een einde aan het gebruik als synagoge door de Joodse gemeenschap. Het gebouw kreeg een functie als pakhuis, het interieur viel ten prooi aan vernielzucht. Na de oorlog werd het gebouw opgeknapt, maar vanwege de steeds kleiner wordende Joodse gemeenschap in Tilburg werd het gebouw in 1976 overgedragen aan de gemeente waarna het een culturele bestemming kreeg. Halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw ontfermde de Stichting Synagoge Tilburg zich over het gebouw, dat na restauratie zijn oorspronkelijke functie terugkreeg.
Tamelijk zeldzaam is het rituele bad, de mikwe, dat het gebouw rijk is. Het wordt gebruikt bij een belangrijk ritueel dat spirituele reinheid ten doel heeft, zowel voor personen als voor vaatwerk en bestek. Het gebouw is van zowel architectonische als historische betekenis, het heeft de status van beschermd Rijksmonument. De huidige gebruiker is de Liberaal-Joodse Gemeente Brabant Aree Ha Negev, de enige progressief Joodse gemeente in Zuid-Nederland met leden afkomstig uit Nederland, België en Duitsland. Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan verscheen het boekwerk “Nieuw leven in een oude sjoel, drieënveertig jaar Liberaal Joodse Gemeenschap Brabant” van auteurs Hans Schippers en Ronald Peeters waarin een prominente rol voor de Tilburgse synagoge.
De Lochal
Een magnifiek voorbeeld van wat je met industrieel erfgoed kunt aanvangen is de zogeheten LocHal. Deze fabriekshal uit 1932 maakte deel uit van de voormalige hoofdwerkplaats van de Nederlandse Spoorwegen, waar onderhoud werd gepleegd aan het rijdend materieel van de NS. De naam locomotiefhal verraadt al dat hier het onderhoud aan locomotieven plaatsvond. De hal heeft een ingrijpende metamorfose ondergaan en is van 2017 tot 2019 omgetoverd tot een gigantische multifunctionele ruimte waarin Tilburgs openbare bibliotheek een plaats heeft gevonden. Daarin zijn veel elementen van de oorspronkelijke inrichting opgenomen zoals draagbalken en oude leidingen. In de vloer is nog de rails zichtbaar waarover de zware locomotieven werden getransporteerd. Daarnaast biedt het gebouw onderdak aan vergaderzalen, educatieve ruimtes, horeca en culturele evenementen. Diverse organisaties op het gebied van kunst en cultuur zijn in de LocHal gehuisvest.
Terecht werden een aanzienlijk aantal prestigieuze prijzen gewonnen, waaronder de Volkskrant Publieksprijs en “World Building of the Year 2019” tijdens het World Architecture Festival in Amsterdam.