Voorwoord
Ik zal ‘n jaar of veertien zijn geweest. In m’n eentje wandelde ik over de duinen bij groot-valkenisse op walcheren, een van de hoogste duinen van nederland. Mijn ouders hadden daar een huisje. Het was een prachtige dag. De duinen waren toen nog niet toegankelijk, op sommige plaatsen echter was het prikkeldraad verdwenen. Je had vandaar een prachtig uitzicht : naar het noorden keek je bij helder weer over heel walcheren, je zag de kerktorens van middelburg, zoals de lange jan, en soms zelfs de plompe, veel te grote toren van het kleine veere. Aan de zeekant zag je de pont die de westerschelde overstak richting breskens en meer naar het zuiden de belgische kust tot aan knokke-heist en de zeehavens van zeebrugge.
Deze middag zal ik nooit vergeten. De rust, de prachtige natuur, het bijna onbegrensde uitzicht in de rondte, maakten een overweldigende indruk op me. Ik voelde me vrij, en rijk, vol zelfvertrouwen. Voor het eerst realiseerde ik me dat, hoe mijn leven verder ook zou verlopen, dit geluksgevoel dat de natuur je geeft, zou ik, wanneer ik dat zou willen, overal op loopafstand weer kunnen tegenkomen, gratis !
daarna heb ik nog vele paden bewandeld….
ad smeulders